Oefening 'Ruimte maken voor wat er niet meer is'


'Ruimte maken voor wat niet meer is'


Met deze oefening leer je aanwezig te zijn bij verlies zonder het te willen fiksen of veranderen. Dat doe je door ruimte te maken tussen jou en het verlies, zodat je er niet (meer) mee samenvalt. Je kunt de oefening voor jezelf doen, en natuurlijk ook met cliënten. 

Duur: circa 10 minuten. Langer is ook goed. Belangrijk is: vertragen!
 

  1. Aarden:

    • Ga rustig zitten of staan. Voel je voeten op de grond, adem drie keer diep in en uit.

    • Breng je aandacht naar je lichaam, merk waar spanning zit.

  2. Erkennen van verlies:

    • Denk aan iets wat je recent hebt verloren of wat bij een cliënt speelt.

    • Benoem het zachtjes in jezelf: “Dit is er. Dit verlies is echt”.

  3. Ruimte maken:

    • Leg je handen zacht op je buik en/of hartgebied.

    • Stel je voor dat je letterlijk een ruimte maakt waar dit verlies mag zijn, zonder dat je iets hoeft te veranderen.

    • Adem in: voel de aanwezigheid van het verlies. Kijk ernaar.

    • Adem uit: creëer een beetje afstand, laat ruimte ontstaan voor het leven eromheen. Kijk hiernaar.

    • Doe dit net zolang tot je kunt ervaren dat het verlies bij je hoort, maar niet is wie jij bent.

  4. Integratie:

    • Sluit af met een paar diepe ademhalingen en bedank jezelf voor het toestaan van deze ruimte.

    • Noteer kort wat je voelde of opmerkte tijdens de oefening.